De opbouw van de secties ontwerpen, geven en beoordelen is telkens hetzelfde. Eerst laat ik de bewijsstukken zien van het door mij gegeven onderwijs. Deze bewijsstukken zijn te vinden in mijn digitale portfolio (op het web dus). Vervolgens bespreek ik wat anderen ervan vonden (validatie) en tenslotte analyseer ik hoe ik het gedaan heb. Ik bespreek de keuzes die ik gemaakt heb, wat goed ging en wat minder goed ging, wat ik geleerd heb en wat ik ga doen om (nieuwe) zaken beter aan te pakken.
Bij deze mijn bewijsstukken voor het ontwerpen van activerende colleges. Door mijn versnipperde onderwijsactiviteiten in 2004 komen ze uit een aantal verschillende vakken:
Leon van der Torre, docent logica, heeft op 03-12-04 de volgende feedback gegeven op mijn bijdrage aan het ontwerpen van de leerdoelen voor het college logica, najaar 2004 (IN2310):
``Voor het college logica waren in het verleden alleen een viertal globale leerdoelen geformuleerd. Het ontbreken van deze leerdoelen was er mijns inziens mede de oorzaak van dat de structuur van dit college onvoldoende duidelijk was. Tijdens het college heb ik daarom per les zelf gedetailleerde leerdoelen geformuleerd, en heeft Mathijs vervolgens gedetailleerde leerdoelen voor het hele college gedefinieerd. Dit resulteerde in vijf leerdoelen met enkele subdoelen. Dit geeft een goed inzicht in de opbouw van het college, en sluit goed aan bij tentamens zoals die in het verleden waren opgesteld. Bovendien leidde deze abstracte beschrijving tot twee discussiepunten:Daarnaast zijn deze leerdoelen door een groepje van 3 andere docenten besproken op de docentendag voor informatica op 01-02-05. Uit de discussie volgde de volgende conclusies:
- moeten we in het college niet meer nadruk leggen op gebruik van logica in de informatica, en dit dan ook tentamineren?
- moeten we in het college niet meer de nadruk leggen op het volledigheidsbewijs in plaats van op het maken van bewijzen, en dit dan ook tentamineren?''
``Ik kan van harte instemmen met de keuzes die Mathijs heeft gemaakt t.a.v. leerdoelen, onderwijsvorm en leerboek voor het vak Algoritmiek 2.Tot slot heb ik van de docent (Toine Andernach) bij de cursus activerend onderwijs feedback gehad op mijn lesplan voor mijn oefencollege van 20 minuten:
Het vak draagt een duidelijk constructief stempel, biedt voldoende mogelijkheden tot (extra) verdieping voor geïnteresseerde studenten. De gekozen overdrachtsvormen lijken me adequaat. Ik heb er het volste vertrouwen in dat hiermee het vak als een belangrijk element in het cluster theorie zal dienen en niet alleen een adequate voorbereiding vormt op het vak Fundamenteel III, maar ook een significante bijdrage zal leveren aan de broodnodige versterking van de kennis van algoritmiek in het informatica onderwijs. ''
Een van de belangrijkste methoden om -wat dan ook- te verbeteren, is het na afloop evalueren en een aantal punten te zoeken om te verbeteren. Ik zal dat hier als volgt doen. Eerst laat ik een aantal keuzes zien die ik gemaakt heb bij het ontwerpen van mijn colleges en geef ik argumenten voor deze keuzes aan de hand van de drie aspecten van mijn visie: i) studenten doen het zelf, ii) docenten werken samen, en iii) niveau is aangepast aan individuele student. Vervolgens analyseer ik de sterke en de zwakke punten in mijn aanpak en formuleer ik wat ik geleerd heb. Tot slot geef ik wat actiepunten en voornemens om te zorgen dat ik in de toekomst nog beter onderwijs ontwerp.
Een kleine opdracht tijdens het college werkt vaak heel goed om studenten actiever bij het onderwerp te betrekken. Zowel bij het oefencollege, als bij het college voor Maja heb ik ervoor gekozen om studenten een deel van de tijd (ongeveer een kwart tot een derde) zelf aan het werk te zetten. Hoewel zo'n opgave vaak relatief veel tijd kost, ben ik ervan overtuigd dat het niet alleen helpt om studenten weer wakker te schudden, maar dat zo het onderwerp ook veel beter blijft hangen.
Voor een vak als Logica, waarbij studenten (oa) leren om bewijzen te maken, is het nog veel belangrijker dat ze er zelf mee aan de slag gaan. Omdat dit een struikelvak was, had de onderwijsdirectie besloten om meer mankracht aan de instructiecolleges te besteden. Daarom werd ik ook bij het vak betrokken. De oude opzet was dat de docent de (idealiter door de studenten thuis al gemaakte) opgaven op het bord uitwerkte en toelichtte. Vanaf het begin maakte ik duidelijk dat ik het heel belangrijk vind dat studenten zelf aan de slag aan. Nu met drie docenten werd het mogelijk om de studenten (in drie groepen van ongeveer 20 à 30 studenten) tijdens de instructie op hun eigen tempo aan de opgaven te laten werken en zonodig een persoonlijke uitleg te geven. Zo'n opzet past veel beter bij leerdoelen ``construeren, opstellen, omzetten, bewijzen'' en biedt zowel voor langzamere studenten als voor bovengemiddeld slimme studenten de mogelijkheid om iets bij te leren.4
Een andere afspraak die we maakten met de docenten voor Logica is dat ik ook bij het hoorcollege ging zitten. Zodoende kan ik bij mijn uitleg tijdens de instructies verwijzen naar de uitleg van het college, maar ook kon ik nu feedback gegeven aan de docent (Leon). Andersom heb ik leerdoelen voor het college opgeschreven (en het tentamen) en daar weer feedback op gehad. Ik denk dat de kwaliteit van het onderwijs door deze intensieve samenwerking significant verbeterd is en ik vind ook dat docenten elkaar bij alle vakken moeten helpen.
Tot slot wil ik graag mijn visie onderstrepen met de keuzes die ik heb gemaakt bij het opzetten van mijn eigen vak, Fundamentele Informatica 2 (of Algoritmiek 2). Ten eerste heb ik een boek gekozen wat ook voldoende basismateriaal bevat en wat eenvoudig te lezen is voor studenten. Hierdoor kunnen ze met zelfstudie al heel ver komen. Daarnaast bevat dit boek veel opgaven en wordt zelfs regelmatig een extra (interessant) onderwerp door middel van opgaven geïntroduceerd. Ik denk dat dit boek dus zowel goed te begrijpen is, als uitdagend voor studenten die graag iets verder kijken. Ten tweede overleg ik de keuzes die ik maak voor dit vak niet alleen met de onderwijsdirectie (Hans Tonino), maar vooral ook met Cees Witteveen: een ervaren docent die het vervolgvak (Fundamentele Informatica 3) verzorgt. Ten derde kies ik een werkvorm waarbij studenten vooral veel zelf moeten doen. En om het interessant te maken voor de goede studenten, ben ik van plan om ook te zorgen voor een paar zeer uitdagende (moeilijke) opdrachten en studenten te laten kiezen voor een bepaalde opdracht.
Terugkijkend op de keuzes die ik heb gemaakt, ben ik best wel tevreden. De opgaven tussendoor bij het college van Maja zorgden ervoor dat studenten het een stuk leuker vonden en daardoor ook geïnteresseerder waren bij het tweede deel van het college. Mijn inschatting voor de benodigde tijd voor dit college klopte de eerste keer (in 2002) niet, want ik verwachtte bijna een kwartier over te hebben. Onder andere de opgaven bleken toch echt meer tijd te kosten. Maar in het tweede jaar bleek mijn aangepaste lesplan wel redelijk te kloppen.
Helaas heb ik niet altijd een lesplan van tevoren gemaakt. Bijvoorbeeld bij het minilecture voor de cursus ``English for lecturers'' had ik geen lesplan gemaakt. Ik bleek toen meer tijd nodig te hebben dan ik zelf had ingeschat.
Over het algemeen was ik erg tevreden met mijn formulering van de leerdoelen. Met name bij het maken van het tentamen heb ik veel profijt gehad van het overzicht over de stof dat ik hiermee had. Wel sta ik achter de conclusies van de discussie over de leerdoelen en ik heb daarom ook de opmerkingen van mijn collega docenten verwerkt in de leerdoelen voor het vak Fundamentele Informatica 2.
Met behulp van de richtlijnen en tips die ik heb gekregen tijdens de cursus ``Activerend Onderwijs'' is het formuleren van leerdoelen goed te doen. Voor mij is het moeilijkste van het formuleren van leerdoelen voor een nog niet bestaand vak nu niet zozeer het formuleren, maar het uitzoeken welke onderwerpen wel al in het curriculum zitten en wat de voorkennis is van de studenten die het vak gaan volgen. Een voorbeeld van het feit dat deze kennis niet zomaar bij iedere docent bekend is, gaf ik al in de introductie. Een derdejaars student vertelde me dat het kortste-pad algoritme van Dijkstra viermaal uitgebreid is uitgelegd in de eerste twee jaar.
Daarnaast heb ik ervaren dat het opschrijven van een lesplan niet alleen helpt bij het beter afstemmen van de inhoud van een college op de gegeven hoeveelheid tijd, maar ook dat het me stimuleert om na te denken over de vorm: is er genoeg interactie? Wanneer ga ik vragen stellen? En geef ik wel genoeg opgaven tussendoor?
De cursus ``Activerend Onderwijs'' maar ook de module ``Het ontwerpen van projecten en de begeleiding van de studenten'' hebben me met name toe gebracht om goed stil te staan bij het kiezen van de onderwijs- en werkvorm voor Fundamentele Informatica 2. Hoe dit uitpakt, zal ik pas over een jaar weten, maar ik heb nu geleerd wat de mogelijkheden zijn en hoe ik aan de hand van mijn ervaringen weer verbeteringen kan aanbrengen (zoals ik bijvoorbeeld gedaan heb bij het college voor Maja).
Aan de hand van mijn ervaringen zie ik wel een aantal punten die ik nog graag wil verbeteren of waar ik extra aandacht aan wil besteden.
Het belangrijkste is misschien wel mijn voornemen om over leerdoelen, opzet en tentamens altijd feedback vragen aan andere docenten. Dit is absoluut niet gebruikelijk binnen onze faculteit en lag alleen het afgelopen jaar bij Logica voor de hand omdat ik niet de hoofddocent was, maar wel (ook in het kader van mijn opleiding tot docent) een deel van de bijbehorende taken (leerdoelen/tentamen) op me genomen had. Zelfs uit het formuleren van en vervolgens discussiëren over leerdoelen blijkt het nut van samenwerking tussen docenten. Ik krijg het idee dat elke keer wanneer ik met andere docenten spreek over het onderwijs, dat een concrete verbetering tot gevolg heeft. Soms verbeter ik een vak dat ik geef (in dit geval dus de leerdoelen) aan de hand van opmerkingen van anderen, maar het omgekeerde komt ook wel eens voor (ik heb bijvoorbeeld ook feedback gegeven op de colleges van Leon van der Torre). In het vervolg wil ik proberen te blijven overleggen en om feedback te vragen, ook als ik de enige docent ben voor een vak.
Verder wil ik graag voortaan altijd de moeite nemen om een lesplan te schetsen, en na afloop zonodig aan te passen. Uit ervaring weet ik nu dat ik er vaak ruim naast zit wanneer ik dit niet doe. Met name als ik een cursus meerdere jaren achter elkaar geef denk ik veel profijt te hebben van het feit dat ik naast de slides ook een lesplan verbeterd en bewaard heb. Gelukkig verkeer ik nu in een situatie om dit ook in de praktijk te gaan brengen: met het opzetten van een nieuw vak krijg ik volop de kans om deze voornemens uit te voeren.