next up previous contents
Next: 2 Mijn onderwijs - Up: Onderwijskundig portfolio Previous: Inhoudsopgave

1 Inleiding

Als student-assistent in Utrecht vond ik dat ik al goed onderwijs gaf. Ik vond het leuk om lastige begrippen of methoden uit te leggen tijdens werkcolleges (instructies) en om tips te geven aan studenten tijdens hun practica. Vervolgens, tijdens mijn promotietraject heb ik verschillende voordrachten gegeven op conferenties en meerdere jaren een practicum gecoördineerd. Dus toen ik begin 2004 als docent werd aangesteld begon ik al met een flinke dosis ervaring en een goed beeld op wat er zoal voor nodig is om goed onderwijs te geven. Toch bleek dit niet helemaal waar.

Dit portfolio is het bewijs van wat ik sinds die tijd geleerd heb. Door het volgen van verschillende cursussen, het lezen van de bijbehorende boeken en gesprekken met (en het bestuderen van) collega docenten vormde ik in de eerste maanden van mijn aanstelling een idee van hoe een goede docent eruit moet zien. En wat hij of zij moet doen natuurlijk. Zoals we zullen zien, heeft dit idee over onderwijs de keuzes die ik heb gemaakt sterk beïnvloed.

In feite bestaat bestaat mijn visie op het onderwijs uit drie gedachten. De eerste komt nog uit mijn studententijd. Ik volgde meestal braaf alle colleges en de daar gepresenteerde uitleg. Ik had dan eigenlijk na afloop altijd wel het idee dat ik het betreffende onderwerp goed begreep. Bij het uitwerken van opgaven bleek echter keer op keer dat ik het toch niet zo goed begrepen had als ik dacht, en dat ik stukken uit het boek moest lezen voordat ik de vragen kon beantwoorden. Als ik een keer een college miste, was dat niet zo'n probleem, want ook dan kwam ik er op dezelfde manier uit. ``Vergat'' ik echter de opgaven te maken, dan had dat niet alleen direct een negatief gevolg voor mijn tentamencijfer, maar merkte ik in latere vakken ook dat ik bepaalde voorkennis en -vaardigheid miste (of alweer kwijt was). En ik was niet de enige. Mijn eerste gedachte is daarom: ``Voor het verkrijgen van grondige kennis moet je zelf aan de slag met het onderwerp.'' Docenten kunnen studenten daar toe verleiden.

Weet u dat docenten vaak geen goed beeld hebben van wat hun collega's van dezelfde vakgroep geven? Bij een van de eerste curriculum-bijeenkomsten was ik hierdoor diep geschokt. Als je iets over het curriculum of de samenhang tussen vakken wil weten, kun je dat het beste aan een ouderejaars student vragen. Die heeft de vakken net nog gevolgd. De derdejaars student die me vertelde dat het kortste-pad algoritme van Dijkstra viermaal uitgebreid is uitgelegd (in de eerste twee jaar) deed de emmer bij mij overlopen. Een student heeft recht op een samenhangend curriculum, met alleen overlap als studenten daarom vragen. Daarnaast heeft een student recht op kwalitatief goede vakken. In mijn ogen kunnen deze twee rechten alleen gerealiseerd worden door een goede samenwerking tussen docenten. Idealiter moet iedere docent kennis hebben van alle andere vakken zoals ze op dat moment gegeven worden. Mijn iets meer praktische idee is: ``Docenten van gerelateerde vakken moeten meer samenwerken: regelmatig feedback geven op elkaars studiewijzers, projectwijzers en college (door het een uurtje te volgen), en ze moeten altijd elkaars tentamens verbeteren.''

Mijn derde gedachte gaat over goede en minder goede studenten. Aan de ene kant moet een universitaire studie uitdagend zijn, interessant en moet je na afloop het gevoel hebben dat je echt iets geleerd hebt. Aan de andere kant worden opleidingen de laatste tijd erg gestimuleerd om grote hoeveelheden studenten snel hun diploma te geven. Ik wil graag proberen om deze twee ogenschijnlijk vrijwel tegengestelde wensen te combineren: ``Vakken moeten zowel te volgen zijn voor minder goede studenten als uitdagend zijn voor goede studenten.'' Een ``goed'' voorbeeld hiervan kwam ik tegen bij een tweedaagse cursus die ik in februari 2005 heb gevolgd. Acht verschillende wetenschappers gaven hier ieder een voordracht van anderhalf uur aan een groep promovendi werkzaam op het gebied van de kunstmatige intelligentie. Zij hadden zeer verschillende methodes van lesgeven. Eén van de sprekers slaagde er bijvoorbeeld in om ons meer dan een uur lang te vermoeien met details van een redelijk eenvoudig algoritme (een variant op een algoritme wat aan tweedejaars studenten wordt verteld). Een ander gaf in dezelfde tijd een grondig overzicht van een zeer abstracte theorie, ondersteund door veel vrij gecompliceerde formules. De eerste voordracht was buitengewoon saai en de tweede was bijzonder interessant en uitdagend, maar voor vrijwel alle cursisten bijzonder moeilijk te volgen. Een derde spreker slaagde er wel in om een mooi evenwicht te bewaren: hij beschreef het globale idee van verschillende stellingen en methodes en gaf duidelijk het verband aan tussen de onderdelen in zijn voordracht. Maar bovendien lichtte hij regelmatig een tipje van de sluier op en gaf dan meer ervaren of meer geïnteresseerde studenten de gelegenheid om een formule uit te pluizen terwijl hij een voorbeeld gaf ter verduidelijking. Deze balans is heel lastig en soms misschien onhaalbaar, maar het is voor mij een streven om te zien in hoeverre dit wel te doen is.

Kort samengevat bestaat mijn visie uit drie punten:

  1. Voor het verkrijgen van grondige kennis moet je zelf aan de slag met het onderwerp.
  2. Docenten van gerelateerde vakken moeten meer samenwerken: regelmatig feedback geven op elkaars studiewijzers, projectwijzers en college (door het een uurtje te volgen), en altijd elkaars tentamens verbeteren.
  3. Vakken moeten zowel te volgen zijn voor minder goede studenten als uitdagend zijn voor goede studenten.
Deze drie ideeën zullen regelmatig terugkomen in zowel de voorbereiding op als mijn reflectie op het onderwijs dat ik geef en gegeven heb. In de volgende sectie zal ik eerst kort opsommen wat ik tot nu toe gedaan heb en daarna zal ik in detail drie verschillende onderwijsvormen bespreken: activerende colleges, projectonderwijs en individuele begeleiding.1


next up previous contents
Next: 2 Mijn onderwijs - Up: Onderwijskundig portfolio Previous: Inhoudsopgave
M. de Weerdt,
2005-05-31