Het beoordelen van individuele taken heb ik al verschillende keren gedaan als lid van een afstudeercommissie. Dus altijd samen met andere docenten. Ik zal me hier weer richten op mijn ervaringen bij de begeleiding van Karel en Mona.
Ik heb al eerder in een afstudeercommissie gezeten en meegedacht over het eindcijfer, maar als eerste begeleider voelde ik toch meer verantwoordelijkheid en ging daarom op zoek naar de richtlijnen van onze opleiding voor het beoordelen van een afstudeerproject. Al gauw bleek dat er geen kant en klaar document is waarin staat waar je precies op moet letten. Toch blijkt er wel redelijke overeenstemming te zijn tussen docenten over de aspecten waarop gelet moet worden: het verslag, de eindpresentatie, en de zelfstandigheid van de student spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast wordt gelet op de diepgang, omvang en originaliteit van het werk.
Mona is op het moment van schrijven net begonnen aan het schrijven van haar verslag en haar eindpresentatie zal pas over enkele weken plaatsvinden. Hieronder richt ik me daarom voornamelijk op de beoordeling van Karel.
Cees Witteveen was als tweede begeleider ook betrokken bij de beoordeling van Karel. Ik heb hem gevraagd wat hij vond van mijn beoordeling van de onderzoekstaak van Karel:
``Ik ben als observator en medebeoordelaar aanwezig geweest bij de beoordeling van de onderzoeksopdracht van een student door Mathijs de Weerdt.
Het is mij hierbij opgevallen dat Mathijs
- in staat is een goed en weloverwogen oordeel te geven over een onderzoeksopdracht, waarbij hij een adequate koppeling met de geformuleerde leerdoelen weet te leggen,
- in zijn oordeel een duidelijke relatie legt met facultaire regelingen, en
- de student duidelijke feedback geeft over bereikte onderzoeksvaardigheden.
Kortom, ik acht hem zeer zeker in staat een goed afgewogen oordeel te geven over een onderzoeksopdracht.''
Bij de beoordeling van de onderzoekstaak van Karel heb ik ervoor gekozen om zowel het eindproduct als proces te beoordelen. Op zich is dat algemeen geaccepteerd, maar soms zie je wel dat er eigenlijk alleen op het eindproduct gelet wordt. Vanuit de opleiding zijn er eigenlijk geen concrete richtlijnen en criteria op papier gezet.14 Daarom heb ik zelf een keuze gemaakt voor de criteria. Bij het eindproduct heb ik gelet op diepgang, omvang en duidelijkheid en bij het proces op zelfstandigheid en inzet.
Eigenlijk was het voor mij vrij duidelijk: ik was op alle fronten (criteria) zeer positief over de onderzoekstaak van Karel. Ik was bovendien bijzonder onder de indruk van de manier waarop hij nieuwe, vaak zeer lastige, technieken bestudeerde en onder de knie kreeg. Vervolgens bleek hij ook nog in staat om deze op een redelijk begrijpelijke manier uiteen te zetten in zijn verslag.
Ik zie wel een beetje op tegen de beoordeling van Mona. Ik heb de indruk dat ze wel haar best doet, maar doordat ze weinig eigen inbreng heeft en soms niet alles meteen begrijpt, zijn de resultaten niet erg indrukwekkend. Toch vind ik het moeilijk om kritisch te zijn, omdat ik me ook verantwoordelijk voel voor het resultaat. Bovendien gaat ze op een gegeven moment weer terug naar haar eigen land. Meestal kun je een project dat niet zo goed gaat nog tot een succes maken door de student wat extra tijd te geven om het een en ander te verbeteren. Hierdoor loopt het dan wel een beetje uit, maar dat is in dit geval dus bijzonder lastig.
Aan de hand van mijn ervaringen heb ik meestal een vrij goed idee van de kwaliteit van een afstudeerwerk, maar ik vind het belangrijk om dat ook goed onder woorden te kunnen brengen. Door af te spreken naar welke aspecten gekeken wordt en welke criteria gehandhaafd worden, kun je een beoordeling ook naar de student toe duidelijk maken.
Een document met duidelijke criteria voor het beoordelen van afstudeerwerk zou voor mij een grote steun zijn bij het beargumenteren van mijn ``gevoel''. Ik ben daarom van plan om voor het volgende project van tevoren eens op papier te zetten waarop ik ga letten en dit dan ook aan de onderwijsdirectie te geven. Bovendien wil ik dit dan ook aan de student geven, want ik denk dat vooral studenten geen idee hebben waarop ze nu precies beoordeeld worden.
Zoals al eerder gezegd, wil ik ook meer objectief blijven door niet teveel versies na te kijken en duidelijk af te spreken hoe vaak en wanneer ik een bepaald document ga bekijken.