Voor het ST3 project heb ik de volgende bewijsstukken:
Van de twee bachelor projecten heb ik beide eindverslagen: BibSite en Simplan. Hierin zijn ook de verschillende tussenproducten als appendix opgenomen.
De uitslagen van de vragen van de Sensor-enquête die relevant zijn voor het ontwerpen van het ST3 project zijn als volgt (beantwoord door 38 van de 60 studenten):
| Vraag | |||||
| De organisatie (logistiek) rond dit studie-onderdeel is goed. | 19 | 59 | 14 | 8 | 0 |
| Ik ben tevreden over de begeleiding van de student-assistenten. | 3 | 65 | 24 | 8 | 0 |
| De docent staat open voor vragen/opmerkingen. | 19 | 65 | 14 | 0 | 0 |
| De feedback van de docent op ons werk was zinvol. | 18 | 47 | 29 | 0 | 0 |
Daarnaast heb ik (maar helaas pas na twee maanden) de vijf leden van het groepje waarvan ik tutor was nog gevraagd om een korte enquête in te vullen. De vragen uit deze enquête heb ik samengesteld uit vragen die in Rotterdam gebruikt worden om de tutor te beoordelen bij het probleem gestuurd onderwijs en een paar vragen afgeleid van competenties die niet door deze vragen werden afgedekt. Hierop hebben vier van hen gereageerd. De resultaten zijn overwegend positief. Ze vonden bijvoorbeeld dat ik een goed overzicht had van het vak, dat ze makkelijk konden toegeven dat ze iets niet begrepen, dat ik het gebruik van de projectwijzer goed stimuleerde en dat ik zowel begrijpelijke vragen stelde als iets begrijpelijk kon uitleggen.
Dezelfde enquête heb ik gebruikt voor de zes studenten die ik begeleid heb bij het Seminar Fundamenteel. Die hebben allemaal gereageerd. Deze resultaten samenvattend, kan ik zeggen dat ik het nog beter deed dan bij het ST3 project. Ze waren het weliswaar noch eens noch oneens met de bewering dat ik een goede bijdrage leverde aan het beter begrijpen van de leerstof (misschien doordat ik niet altijd op tijd door had wanneer ze iets niet begrepen), maar ze vonden wel dat ik een goed overzicht had over de inhoud van het vak, begrijpelijke vragen stelde en zaken op een begrijpelijke manier aan de orde stelde, open stond voor hun mening, het gebruik van het studiemateriaal stimuleerde en duidelijk feedback gaf op tussenproducten.
Bernard Sodoyer is de coördinator van alle bachelorprojecten. Hij heeft mij uitgelegd wat precies de bedoeling was van de functie van begeleider. Gedurende het project kon ik altijd bij hem terecht als ik twijfelde over hoe ik een bepaalde situatie aan moest pakken. Bijvoorbeeld heb ik met hem overlegd wat ik moest doen met de studenten die in plaats van de volledige werkweek slechts twee of drie dagen per week aan het project besteedden en daardoor gestelde deadlines niet haalden. Ik heb hem na afloop van het project gevraagd in een of twee zinnen iets te zeggen over zijn indruk van mijn kwaliteiten als begeleider.
``Afgelopen jaar heb ik Mathijs geassisteerd bij de begeleiding [en beoordeling] van Bachelorprojecten. Tijdens dit traject is het mij opgevallen dat Mathijs in staat is om goed te luisteren naar de studenten en adequate feedback te geven zowel inhoudelijk als op procesniveau. Hierdoor zijn de problemen binnen de groep vroegtijdig ontdekt en in overleg naar tevredenheid opgelost.''10
Bij het ST3 project heb ik ervoor gekozen om me heel weinig met mijn groepje bemoeien. Bijvoorbeeld heb ik niet gezegd: ``Hebben jullie al een planning gemaakt?'', maar ``Hoe zorgen jullie dat je op tijd klaar bent?''. En soms ontbrak een duidelijk takenlijstje (ook in de notulen). Ik heb dan gewacht tot ze de volgende keer er zelf achter kwamen dat niet iedereen meer wist wat hij zou doen (en dat dus vaak niet gedaan had). Het heeft zo een keer of drie geduurd totdat ze erachter kwamen dat het wel handig is om bij iedere vergadering een lijstje op te stellen (en op te nemen in de notulen) met wat iedereen de komende week gaat doen. Mijn idee was dat ze, als ze er op deze manier achter komen, het nooit meer vergeten. Dit ``zelf ondervinden'' hoort eigenlijk bij mijn visie over ``zelf doen''.
Een andere keuze die ik gemaakt heb, heeft te maken met mijn visie over samenwerking tussen docenten: bij de uitvoering heb ik veel overlegd: voor de feedback-sessies overlegde ik eerst met de tutoren om te achterhalen wat studenten misschien nog niet goed begrepen hebben. Bij uitzonderlijke situaties overlegde ik meestal even met Koen Langendoen (de docent van vorig jaar) en/of de studieadviseur, bijvoorbeeld over wat te doen met studenten die te laat zijn ingeschreven en/of niet aan de ingangseisen voldoen.
Ook koos ik ervoor om de tool RAP te gebruiken. Dit was op advies van Koen Langendoen. Deze tool nam mij en de tutoren veel administratief werk uit handen.
Als tutor bij het seminar stimuleerde ik mijn groepje om zelfstandig keuzes te maken: voor het onderwerp, welke papers wel en welke niet, en wat wordt de rode draad? Bovendien paste ik hiermee ook de opdracht aan aan het niveau van de groep. Ik liet iedereen op zoek gaan naar relevante papers. Iedere student maakte uit zijn of haar eigen vondsten een selectie van één of twee papers om te bestuderen. Ik verkoos dit boven de situatie waarin alle studenten dezelfde twee door de docent gekozen papers bestuderen, wat een andere docent wel deed.
De keuze bij ST3 voor een tutor die zich niet bemoeit met de vergadering bleek niet altijd goed mogelijk. Vaak werd de tutor ook om advies gevraagd en het is dan moeilijk (en vaak niet handig) om je niet in de discussie te mengen. Op zich lukte het mij wel heel goed: met als gevolg dat bij het groepje waar ik tutor was, een aantal keuzes zijn gemaakt die tot een lager cijfer hebben geleid. Na de eerste twee weken heb ik daarom wel expliciet gevraagd wat hun planning was en ze zo gedwongen daar concrete afspraken over te maken. Op iets subtielere manier heb ik gesuggereerd dat er betere/mooiere oplossingen waren voor deelproblemen, maar die hints werden niet altijd opgepakt.
Ik kreeg ook sterk de indruk dat studenten niet uit zichzelf de beschikbare informatie (bijvoorbeeld op Blackboard) gaan bekijken. Pas als ze een vraag hebben en ik ze dan verwijs naar die documentatie gaan ze het bestuderen. Een goed voorbeeld zijn denk ik de tips voor de notulen die in ieder geval door mijn groepje niet bestudeerd lijken. Maar ook mijn hoge score voor ``stimuleerde het gebruik van het studiemateriaal'' is volgens mij te danken aan mijn herhaaldelijke verwijzingen naar de projectwijzer en Blackboard.
Wat me in het bijzonder opviel was hoe nuttig de tutorhandleiding was. Niet alleen wisten de tutoren precies wat de bedoeling was, maar ook werden hierdoor verschillen in begeleiding en beoordeling geminimaliseerd. Bij het seminar daarentegen waren de verschillen juist erg groot. Ik miste daar echt een goede overeenstemming tussen de docenten over de (belangrijkste) leerdoelen van het vak. Ik denk overigens wel dat ik het getroffen had met mijn groep en dat in een volgend jaar de groep wel eens veel minder zelfstandig zou kunnen zijn. Daar moet ik dan wel goed op inspelen.
De twee bachelorprojecten die ik heb begeleid zijn beide erg uitgelopen. De kwaliteit was uiteindelijk wel voldoende, maar niet uitzonderlijk. Liever zou ik een iets minder omvangrijk programma zien, maar dan met een hogere kwaliteit. Bijvoorbeeld door al vanaf het begin (bij het nadenken over de planning) ook veel nadruk op de testfase te leggen.
Het belangrijkste wat ik geleerd heb bij het geven van projectonderwijs is denk ik het geven van feedback. Vanaf het begin heb ik wel al de richtlijnen uit de module ``begeleiding van studenten'' gebruikt, maar pas nu (na een jaar) zie ik hoe essentieel het is om ook feedback te geven over goede keuzes die gemaakt zijn en dingen die zijn uitgepakt zoals het ook bedoeld was. Bovendien slaag ik er nu ook in om feedback te geven door het stellen van kritische vragen in plaats van enkel vertellen hoe het beter zou kunnen. Zo zet ik studenten zelf aan het denken over betere oplossingen. In het ST3 project heb ik ook gezien hoe je studenten kunt stimuleren om elkaar op een constructieve manier feedback te geven.
Tot slot heb ik nog geleerd dat je wel moet uitkijken met het on-line zetten van je onderwijsportfolio: tijdens het ST3 project dook opeens een oude versie van de tutorhandleiding op waarin een aantal zeer concrete richtlijnen stonden voor de beoordeling van de verschillende fases van het project. Met behulp van deze richtlijnen werd het project eerder een invuloefening dan een probleem waar over nog nagedacht moest worden. Deze oude versie bleek uit het portfolio van Koen Langendoen te komen. Uiteraard heeft hij deze zo snel mogelijk verwijderd en heb ik de betreffende studenten streng toegesproken (maar of dat laatste geholpen heeft...).
Er zijn twee dingen waar ik een volgende keer extra aandacht aan wil besteden. Ten eerste vind ik dat ik mijn begeleiding van een groep studenten beter moet aanpassen aan het niveau van de groep. Dus moet ik bijvoorbeeld preciezer in de gaten (bijvoorbeeld na de eerste vergadering) of een groep studenten uit zichzelf een planning en taakverdeling gaat maken, en of zich daaraan gaan houden. Als een groep dit niet uit zichzelf doet, moet ik daar een vraag over stellen.
Ten tweede denk ik dat ik bij de vier plenaire sessies van het ST 3 project ook wel meer inhoudelijke kennis en vaardigheden kan overdragen. Bijvoorbeeld is bij de bespreking van het ontwerp bij ieder groepje wel iemand erachter gekomen hoe in Linux een driver in de kernel zit. Maar dit is slechts een deel van de studenten. In deze sessie zou ik deze kennis iets wijder kunnen verspreiden door deze kleine groep studenten te vragen hoe het zit (terwijl de rest luistert).