Toen ik in 2004 werd aangesteld als docent en onder andere de taak kreeg om mee te doen met het seminar fundamentele informatica, één of meer bachelorprojecten te begeleiden en het software technologie project over te nemen, lag voor een groot deel de vorm en leerdoelen van deze vakken al vast. Alleen bij het ST project was ik de enige verantwoordelijke docent en was het daarom makkelijker om in het ontwerp van dit vak een aantal zaken te verbeteren. Daarnaast lagen bij de bachelorprojecten alleen de randvoorwaarden7 vast en mocht ik nog wel zelf een opdracht verzinnen. In deze sectie laat ik zien wat ik voor deze twee vakken gedaan heb, maar ook wat ik zou willen veranderen bij het seminar.
Bij het overnemen van het tweedejaars ST3 project van Koen Langendoen kreeg ik van hem al het materiaal dat hij gemaakt heeft voor dit project. Dit bevatte onder andere al een overzicht van de leerdoelen en een projectwijzer. Als nieuwe verantwoordelijke docent mocht ik zelf kiezen of ik dit materiaal wilde gebruiken of juist een aantal zaken opnieuw wilde doen. Ik heb er voor gekozen om het bestaande materiaal grondig te bekijken, en met name na het lezen van hoofdstuk 8 over projectonderwijs uit ``De Student Centraal'' (Delhoofen, 1996), om dat vervolgens te verbeteren.
Met betrekking tot het seminar heb ik alleen wat tips voor het schrijven van een wetenschappelijk artikel uit mijn eigen ervaring geformuleerd en op Blackboard gezet samen met een nuttig documentje met vuistregels wat ik ergens op internet vond.
Ook de leerdoelen van ST3 zijn door andere docenten besproken op de docentendag voor informatica op 01-02-05. Een aantal van de conclusies van deze discussie zijn al in sectie 3.1.2 genoemd. Daarnaast werd nog het volgende opgemerkt:
Tot slot komen ook (38 van de 60) studenten aan het woord door middel van de Sensor-enquête. De uitslagen van de vragen die relevant zijn voor het ontwerpen van dit project zijn als volgt:
| Vraag | |||||
| Dit studie-onderdeel sluit goed aan bij mijn voorkennis. | 0 | 38 | 24 | 27 | 11 |
| De opzet van dit studie-onderdeel stimuleert mij tot regelmatig studeren. | 22 | 30 | 32 | 14 | 3 |
| Het studiemateriaal bij dit studie-onderdeel is goed. | 3 | 62 | 32 | 3 | 0 |
| Het belang van dit studie-onderdeel voor deze opleiding is mij duidelijk. | 11 | 78 | 5 | 5 | 0 |
| De werkelijke studiebelasting was in vergelijking met het aantal studiepunten voor dit studie-onderdeel: (veel meer - veel minder). | 3 | 30 | 59 | 5 | 3 |
| Ik vond de opdracht van dit project interessant. | 30 | 43 | 22 | 3 | 3 |
| De kennis uit de andere vakken kon ik goed gebruiken bij deze opdracht. | 0 | 43 | 19 | 30 | 5 |
| Het was duidelijk wat er in de analysefase gedaan moest worden. | 22 | 41 | 24 | 8 | 3 |
| De analysefase vond ik leerzaam. | 14 | 46 | 27 | 11 | 3 |
| Het was duidelijk wat er in de ontwerpfase gedaan moest worden. | 16 | 51 | 24 | 8 | 0 |
| De ontwerpfase vond ik leerzaam. | 27 | 43 | 24 | 5 | 0 |
| Het was duidelijk wat er in de implementatiefase gedaan moest worden. | 24 | 51 | 19 | 5 | 0 |
| De implementatiefase vond ik leerzaam. | 30 | 46 | 19 | 0 | 3 |
Op de tips en links die ik had geformuleerd voor het seminar fundamentele informatica, reageerden de andere docenten van dit vak als volgt: Cees Witteveen schreef dat het een prima idee was en Peter Nieuwenhuizen schreef het volgende:
``Wat informatie aanbieden over hoe je een paper moet schrijven lijkt mij goed. Ik zou niet alle links geven: Vind men misschien te veel en doet men daarom niets mee. Wat je bijvoorbeeld zou kunnen aanbieden is de Rules of Thumb paper plus jouw eigen tips. ''Dat is ook wat ik vervolgens gedaan heb (zie mijn eigen tips).
In principe ben ik een groot voorstander van projectonderwijs. Studenten gaan zelf met de stof aan de slag, en ze kunnen ook voor een deel zelf bepalen hoe diep ze erin duiken. Dit sluit dus perfect aan op mijn visie. Bovendien was er bij de projecten die ik heb gegeven ook ruimschoots de gelegenheid om met andere docenten samen te werken. ST3 heb ik overgenomen van Koen Langendoen en ik kon ook altijd bij hem terecht voor wijze raad of een korte discussie. Het seminar heb ik samen met drie andere docenten gegeven en bij het bachelorproject had ik regelmatig te maken met de coördinator, Bernard Sodoyer: hij gaf me in eerste instantie algemene richtlijnen en tips, fungeerde gedurende het project als vraagbaak en speelde ook uiteindelijk, in de beoordeling, een belangrijke rol.
In deze sectie beschrijf ik welke keuzes ik verder nog gemaakt heb, hoe die keuzes uitvielen en wat ik ervan heb opgestoken en in het vervolg beter ga doen.
Bij het overnemen van ST3, kwam ik er al snel achter dat dit project al redelijk goed opgezet was. Ik heb er daarom voor gekozen om zoveel mogelijk van de ideeën en het materiaal te gebruiken en alleen te verbeteren waar nodig, en dan vaak ook nog in overleg met de vorige docent. Enkele van de wijzigingen heb ik al besproken in sectie 4.1.1. Daarnaast heb ik ook nog een aantal andere keuzes gemaakt.
Bijvoorbeeld heb ik er bewust voor gekozen om dit jaar studenten (meer) vrij te laten in hun keuze over aan welke onderdelen ze extra tijd besteden. Sommigen kozen bijvoorbeeld ervoor om ook de frame-buffer te gebruiken: dit was voor hen wel meer (ook uitzoek) werk, maar voor het eindresultaat kon er dan gebruik gemaakt worden van de grafische display en dit leidde dus tot een stuk mooiere stappentellers. Groepen die het schrijven van een kernel module al bijzonder moeilijk vonden, kwamen hier niet aan toe. Op deze manier waren studenten dus zelf in staat om de projectopdracht aan te passen aan hun niveau.
Om te zorgen dat studenten ook veel leren van het zelf maken van een planning (en het daaraan houden) en het effectief vergaderen, heb ik er ook voor gekozen om de tutoren niet zelf deel te laten nemen aan de vergadering. Wel helpen ze bij het evalueren van de vergadering en de voorzitter. De instructies hiervoor zijn opgenomen in de tutorhandleiding.8
Dat ik vind dat studenten (bij een project) zelf iets moeten doen komt ook tot uitdrukking in de extra opdracht die ik heb gemaakt voor de student die de laatste twee weken had gemist. Het lag misschien meer voor de hand om een mondelinge overhoring te houden om te ontdekken of de student voldoende van het project heeft opgestoken, maar het leek me beter om hem rondom één van de inhoudelijke leerdoelen echt iets zelf te laten doen.
De belangrijkste keuze die ik heb gemaakt bij de bachelor projecten is denk ik dat ik de opdrachten vrij open heb gelaten. Pas door interviews met gebruikers is boven tafel gekomen wat er precies verlangd is. Hierdoor is er nog veel vrijheid voor beslissingen door de studenten (ook met betrekking tot uitdagendheid van de opdracht).
Over het algemeen was ik blij met de mogelijkheid tot herbruik van wat al door andere docenten ontwikkeld was, maar soms speet het me dat ik niet iets eigenwijzer was. Bijvoorbeeld vond ik zelf de opdrachten bij ST3 iets te vaag, maar liet ik me tijdens een uitgebreide discussie toch door Koen overhalen om er niets aan te verduidelijken. Hij was van mening dat hele summiere opdrachten (zoals in de projectwijzer van ST3) de studenten tot denken aan zet. Ik stond wel achter het idee om door een korte omschrijving de studenten zelf meer te laten nadenken, maar ik bleef een beetje ontevreden. Inderdaad bleek de korte omschrijving de meeste studenten iets te cryptisch en riep het enige frustratie op.
Tijdens het project bleek dat groepjes van 5 eigenlijk wel het minimum is om de leerdoelen over effectief te vergaderen, en in het bijzonder de rol van voorzitter en notulist te halen. Bij kleinere groepen is de meerwaarde van een vergadering boven het gewone projectwerk niet meer duidelijk. De student-assistenten en ik schatten in dat groepen van 6 of 7 ook mogelijk zijn, mits we de opdracht iets uitbreiden. Alleen de mogelijkheid om ``mee te liften'' wordt hiermee iets vergroot.
Het grootste probleem van dit vak is eigenlijk dat niet iedereen alle leerdoelen haalt. Door de projectvorm worden in veel groepen de taken zo efficiënt mogelijk verdeeld. Dit heeft tot gevolg dat er voor elk leerdoel eigenlijk maar één of twee studenten zijn die het halen (afgezien van het leerdoel met betrekking tot samenwerken).
De extra vrijheid die ik de studenten gegeven had bij het ST3 project leidde tot een aantal groepjes waar een of twee goede studenten zich helemaal lieten gaan met het gebruik van de frame-buffer en zo een mooie grafische display voor elkaar kregen. Voor deze studenten was de opdracht zo toch nog iets interessanter. Bovendien droeg zo'n mooi eindresultaat duidelijk bij aan het enthousiasme en de tevredenheid van de studenten.
Bij de bachelor projecten leidde het aan de ene kant tot een wat trage start (in het geval van Bibsite kostte het al twee weken om alle gebruikers te spreken...), maar ik denk dat het toch een zeer leerzame ervaring was. Bovendien voelen ze zich ook nu nog betrokken bij hun product, en ik denk dat de vrijheid die ze hadden daar een belangrijke bijdrage aan heeft geleverd.
Ik heb heel veel opgestoken van het opnieuw onder de loep nemen van het ST3 project en het verzinnen van opdrachten voor het bachelorproject.
Ik heb onder andere geleerd wat voor leerdoelen goed passen bij projecten, hoe een projectwijzer eruit ziet en hoe duidelijk je daarin moet zijn, wat je allemaal kwijt kunt in een tutorhandleiding en dat dat echt een bijzonder nuttig document is, en ik heb ervaring met het maken van een projectopdracht en het daardoor nadenken over de opzet van een projectvak. Samenvattend heb ik gezien hoe belangrijk het ontwerp van een project is en dat dat al helemaal af moet zijn op het moment dat het project begint. (Terwijl je bij activerend onderwijs van sommige colleges ook wel later de details kunt gaan invullen.)
Bij het seminar zijn er grote verschillen tussen de docenten. Bij de ene docent ligt wordt met name gefocust op het begrijpen van wetenschappelijke literatuur, terwijl in mijn ogen ook het zoeken naar en selecteren van wetenschappelijke literatuur belangrijke leerdoelen zijn. Dit komt ook tot uitdrukking in de manier van begeleiden.
In principe ben ik een groot voorstander van projectonderwijs. Het sluit ook prima aan bij mijn visie. Maar projectonderwijs werkt alleen goed als het echt goed in elkaar zit. In sectie 4.3.3 zal ik uitgebreider ingaan op verschillen tussen projectonderwijs en activerend onderwijs in het algemeen. In deze sectie beperk ik me tot een aantal concrete punten waarop ik mijn onderwijs bij de bovengenoemde projecten nog kan verbeteren.
Bij ST3 wil ik bij elke opdracht de (grote lijnen van de) beoordelingscriteria ook bekend maken. Hiermee los ik ook het (enige) kritiekpunt van de collegeresponsegroepen op. Daarnaast wil ik ook een heel strak nakijkschema voor de specificatie maken (zoals dat wel bestaat voor de andere producten). Ik wil ook heroverwegen om iets meer informatie in de plenaire sessies te geven.
Omdat het nadrukkelijk een leerdoel is om ervaring op te doen met de rol van voorzitter en notulist is het vormen van iets grotere groepen wel nuttig. Dit geeft wel meer mogelijkheden om te ``liften'' en de opdracht zou dan ook uitgebreid moeten worden, bijvoorbeeld door meer eisen te stellen aan een grafische user interface.
Voor het seminar moet er echt een veel betere afstemming komen tussen de docenten. Bijvoorbeeld door het opstellen van een projectwijzer en tutorhandleiding.