Ik heb mezelf met vallen en opstaan het begeleiden van afstudeerders, en later AIO's, eigen gemaakt door gewoon te doen. Ik ben het begeleiden begonnen vanuit mijn eigen ervaringen (als student en AIO), aangevuld met advies van ervaren collega's. Pas recentelijk heb ik kennis genomen van de `leerstijlen' zoals die inmiddels gebruikt worden in onderwijskundige kringen. Om te zien in hoeverre mijn `doe-het-zelf' aanpak overeenkomt met een begeleiding gebaseerd op leerstijl heb ik drie recente begeleidingstrajecten onder de loep genomen: Albert Heijn (afgestudeerd met een 9), Bart Smit (deeltijd student die uiteindelijk afgehaakt is), en Chris de Vries (AIO, inmiddels gepromoveerd).
Als eerste heb ik de studenten ingedeeld volgens de leerstijlen van Kolb:
doener, ontwerper, denker, beslisser. Om gevoel te krijgen voor deze
categorieën heb ik eerst mijn eigen leerstijl bepaald aan de hand van
een vragenlijst (blz. 71, ``Leren en Doceren'', Kallenberg 2002). Tot
mijn verrassing kwam ik daaruit als `beslisser/denker' terwijl ik
mezelf toch had ingeschat op een `denker' pur sang na het lezen van de
bijbehorende omschrijving. Kennelijk ben ik toch meer geneigd dingen
te doen, dan ze eerst uitgebreid te overdenken. Het indelen van de
studenten (Tabel
) kostte enige moeite: vooral Bart
was lastig te plaatsen ondanks het feit dat hij al sinds januari 2000 over de
vloer komt. Bart werkt altijd thuis (in de avonduren naast z'n baan),
dus de interactie met hem beperkt zich tot tweewekelijkse besprekingen
(30 min. tot een uur) itt. de anderen die ik dagelijks zag. Verder laat
Bart weinig van zichzelf zien tijdens onze gesprekken. Eigenlijk zou
ik hem zelf de leerstijl-test moeten laten doen, maar helaas heeft ie
al 2 maanden niks van zich laten horen (afvaller).
Vervolgens heb ik de studenten ingedeeld volgens de leerstijlen van
Vermunt (blz. 50, tabel 4.1, ``Leren en Doceren'', Kallenberg 2002),
zie Tabel
. Deze indeling volgens Vermunt was makkelijker
te maken dan die volgens Kolb. Mijn inschatting is dat dat komt
doordat de indeling volgens Vermunt meer op basis van het gedrag vd
student kan plaatsvinden, terwijl Kolb ook refereert aan de innerlijke
motivatie/houding vd student.
De indeling volgens Vermunt geeft inzicht in (is gebaseerd op) het zelfsturend vermogen vd student, hetgeen duidelijk maakt wat de externe sturing vd docent zou moeten zijn (blz 58, tabel 5.2, ``Leren en Doceren'', Kallenberg 2002):
In het geval van Bart ben ik na verloop van tijd overgeschakeld van een losse begeleiding naar een strak schema waarin we elkaar eens per 2 weken ontmoeten, en we concreet afspreken wat hij voor de volgende keer gaat doen.
In het geval van Chris heb ik voortdurend de rol van afremmer moeten vervullen, om te zorgen dat Chris niet meteen elk woest idee ging uitwerken maar gericht aan een een stel samenhangende onderwerpen onderzoek verrichtte die als basis konden dienen voor z'n proefschrift.
In het geval van Albert ben ik er als docent weinig aan te pas geweest. Het geven van enig advies, en het fijnslijpen van z'n teksten was genoeg om tot een prachtig wetenschappelijk artikel (en onderliggend afstudeerverslag) te komen.
De conclusie die ik uit bovenstaande analyse trek is dat ik tot nu toe altijd begon met een losse begeleiding gebaseerd op mijn eigen ervaringen (= beslisser/denker, betekenisgerichte leerstijl), en die eventueel gaandeweg het afstudeertraject bijgesteld heb om andere leerstijlen (reproductie- en toepassingsgericht) te accommoderen. Had ik de leerstijl van elke student vooraf geweten, dan had ik direct met de bijbehorende aansturingsstijl kunnen begeleiden. Dat zou best wel eens wat winst hebben kunnen opleveren. Aan de andere kant laat het hoge rendement (2 afvallers op een totaal van 18 studenten) zien dat mijn adaptieve benadering in de praktijk ook prima uitpakt. Ik overweeg om in het vervolg bij het `intake' gesprek met een student uitgebreider vast te stellen welke begeleidingsstijl aangewezen is. Ik denk niet dat ik vraag om een leerstijl-test te doen; de keuze voor denk- dan wel doe-opdracht geeft al aardig inzicht in leerstijl: betekenis- vs. reproductie-/toepassingsgericht.